Artikel: promotieonderzoek vangt de bijzondere waarde van vrijwilligerswerk

2685 keer bekeken

Dit artikel is het tweede deel in een reeks van drie artikelen over vrijwilligerswerk door en voor ouderen, gebaseerd op het onderzoek van Laurine Blonk die aan het promoveren is op de betekenis van sociale relaties in het vrijwilligerswerk.

Promotieonderzoek vangt de bijzondere waarde van vrijwilligerswerk

Het gangbare beeld van vrijwillige inzet is dat van een veerkrachtige vrijwilliger die hulp biedt aan een kwetsbare oudere. Volgens filosoof en onderzoeker Laurine Blonk is dat een schijntegenstelling. ‘Het is een praktijk waar vrijwilliger én hulpvrager kunnen spelen met rollen.’ Op die manier naar vrijwilligerswerk kijken, helpt de bijzondere waarde te vangen.

Laurine Blonk is aan het promoveren op de betekenis van sociale relaties in het vrijwilligerswerk. Blonks onderzoek valt onder het VWS-programma Samen Ouder Worden, onderdeel van Langer Thuis. ‘In de wetenschappelijke literatuur, in beleid en in vrijwilligerspraktijken is er de laatste jaren veel aandacht voor ouderen die zelf als vrijwilliger actief worden. Door vrijwilligerswerk kunnen ouderen gezonder blijven en blijven meedoen, sociale contacten opbouwen en onderhouden.’

Meekijken in de praktijk

‘Er wordt in dit verband vaak gesproken over de derde en vierde levensfase’, zegt Blonk. ‘Maar als we op die manier kijken, dan zijn ouderen ofwel sociaal actief en van betekenis voor anderen, ofwel kwetsbaar en hulpbehoevend. Dat is een schijntegenstelling.’ Die conclusie trekt Blonk op basis van haar onderzoek. Daarvoor kijkt ze uitgebreid mee bij acht vrijwilligerspraktijken. ‘Dat varieert van koffieochtenden voor en door ouderen, tot een maatjesproject voor gezinnen zonder biologische opa’s en oma’s, tot oudere migranten die elkaar ondersteunen in de wijk.’

Kwetsbaarheid hoort bij het leven

Volgens Blonk moeten we het onderscheid tussen veerkracht en kwetsbaarheid parkeren. Existentiële kwetsbaarheid hoort bij het leven. En dat verdwijnt niet op het moment dat een oudere vrijwillig actief wordt. Sterker nog: in het vrijwilligerswerk kan iemand actief én kwetsbaar zijn. Ze noemt het voorbeeld van Jan, die weduwnaar is geworden en nu koffie schenkt tijdens ontmoetingsochtenden. Soms knoopt hij praatjes aan, een andere keer is hij stiller. ‘De taal van gezond blijven en meedoen schiet dan te kort. Het gaat over omgaan met de situatie zoals die op dat moment is.’

Ouderen ofwel sociaal actief en van betekenis voor anderen, ofwel kwetsbaar en hulpbehoevend. Dat is een schijntegenstelling.

Te weinig taal

Die bijzondere waarde van vrijwilligerswerk voelen we allemaal wel aan, vervolgt Blonk. ‘Maar die is tot nu toe onderbelicht. Of eigenlijk: we kunnen het niet goed in woorden vangen. Er is te weinig taal voor.’ Om de waarde van vrijwilligerswerk beter te kunnen verwoorden, dook Blonk in de wetenschappelijke filosofische literatuur. Door verschillende puzzelstukjes bij elkaar te voegen, ontstaat het beeld van vrijwilligerswerk als een experimenteerruimte om te spelen met rollen.

Ontregelende ervaringen

Het eerste puzzelstukje van Blonks manier van kijken is gebaseerd op het werk van filosoof Ami Harbin. Blonk legt uit: ‘Harbin heeft het over disorienting experiences, ofwel ontregelende ervaringen. Die zijn er in vele soorten en maten en doen zich op alle leeftijden voor. Denk aan het plotselinge verlies van een dierbare, zoals bij Jan uit het voorbeeld. Of de gezondheid die achteruitgaat, of een verhuizing. Door dit soort ervaringen raken we gedesoriënteerd. Ze zetten de verhouding tot onszelf, tot anderen en ons besef van wat het leven de moeite waard maakt op zijn kop.’

Blijvend van aard

Volgens Harbin gaan we in onze cultuur niet goed om met deze ontregelende ervaringen en de kwetsbaarheid. We erkennen wel dat het er is, maar we willen dat het zo snel mogelijk voorbij is. We willen dat ouderen “veerkrachtig” reageren. Maar dat kan óók een sociale norm worden en druk opleggen en daardoor averechts uitpakken. Juist bij ouder worden is dit extra problematisch, omdat veel ontregelende ervaringen van blijvende aard zijn. Blonk stelt dan ook: ‘Laat de ontregeling er dus gewoon zijn.’

Includerende praktijk

Vrijwilligerswerk kan een includerende praktijk zijn, zegt Blonk. Het voorbeeld van Jan laat zien dat het onderscheid en een strikte rolverdeling tussen vrijwilliger en hulpvrager niet opgaat. Blonk: ‘Jan voelt zich ontregeld, en toch op zijn gemak tijdens de koffie ochtend. De gasten “helpen” op hun beurt weer: zij laten hem in zijn waarde, ze weten van zijn verlies.’

Collectieve veerkracht

De waarde van vrijwilligerspraktijken zit hem er verder in dat het niet draait om de veerkracht van het individu, legt Blonk verder uit, ‘maar het levert een collectieve veerkracht: het potentieel aan betekenisvolle activiteiten en verbindingen. Dat gaat dus niet over individueel gerichte interventies. De koffieochtend biedt een manier om te midden van ontregeling iets te betekenen voor anderen en verbindingen aan te gaan.’

Experimenteerruimte

De antropologe Cheryl Mattingly verduidelijkt deze zogenoemde sociale veerkracht verder en legt daarmee het tweede stukje van de puzzel. Mattingly bestudeert hoe mensen ondanks ingrijpende levensgebeurtenissen proberen om samen met anderen een zinvol leven te leiden. Dat is een proces van al tastend bijstellen van het zelfbeeld, levenshouding, relaties en aspiraties. Vrijwilligerswerk kan een experimenteerruimte zijn voor dat traject van aftasten en jezelf opnieuw uitvinden, weet Blonk. ‘Vrijwilligerswerk moet dus geen antwoord willen zijn op ontregeling, maar een mogelijkheid voor mensen om zelf een creatieve en passende omgang te ontwikkelen.’

Spelen met rollen

Het mooie van vrijwilligerswerk is ook dat het mensen de kans geeft om te spelen met rollen. Richard Sennett leverde dat derde puzzelstukje voor Blonk: ‘Wat je als vrijwilliger of als hulpvrager doet en zegt hoeft niet samen te vallen met wie je ten diepste bent of hoe je je diep van binnen voelt. Daardoor kun je tegelijkertijd ontregeld zijn, maar ook verbinding maken, bijvoorbeeld door steun en zorg te bieden of samen iets te ondernemen.’ Sennet noemt dat play-acting. Vrijwilligerswerk biedt veel mogelijkheden voor dit waardevolle vermogen.

Wisselen in de tijd

Rollen kunnen bovendien wisselen in de tijd. Wie eerst de hulpvrager was, kan zelf ondersteuning bieden als de vrijwilliger door een moeilijke tijd gaat. Wie altijd actief was als vrijwilliger maar nu door de coronamaatregelen thuiszit, kan veel steun ervaren door het contact dat de vrijwilligerscoördinator blijft onderhouden. Blonk: ‘En sommige georganiseerde ontmoetingen groeien uit tot vriendschappen. Zo zie je dat het beeld van een veerkrachtige vrijwilliger en een kwetsbare hulpvrager geen recht doet aan de werkelijkheid.’

Samen ouder worden

Steun ontvangen en iets doen voor een ander, zijn kortom twee verschillende kanten van dezelfde medaille. Namelijk het vermogen om een zinvol leven samen met anderen vorm te geven. Blonk sluit af: ‘Als je vrijwilligerswerk ziet als experimenteerruimte om te spelen met rollen, dan zie je de bijzondere waarde die het heeft om inclusief te zijn bij ontregeling.’

Tekst: Tea Keijl
Foto: Ruud van der Graaf

Dit artikel is het tweede deel in een serie van drie artikelen over vrijwilligerswerk door en voor ouderen. In de andere artikelen is ingezoomd op:

Laurine Blonk, filosoof en kwalitatief onderzoeker aan de Universiteit voor Humanistiek, schreef ook een artikel over haar onderzoek naar de betekenis van sociale relaties in het vrijwilligerswerk. Dit artikel is op gerontijdschrift.nl te lezen.

Voor meer informatie kun je terecht bij Laurine Blonk: L.blonk@uvh.nl.

 

 

Afbeeldingen

Bekijk ook

Partners:     Movisie

Cookie-instellingen