Thuiskamers: een krachtig kopje koffie

2178 keer bekeken

Op 35 plekken verspreid over het land zijn lokale trajecten van Samen Ouder Worden. In deze serie verhalen bezoeken we steeds een andere plek. Deze aflevering zijn we te gast in Het Hogeland. Een belangrijke ambitie die hier op tafel ligt: vrijwillige inzet vraaggerichter organiseren.

Programmamedewerker Aline Vos: ‘De eerste vraag is: waar beleef je plezier aan?’ Er gaat wel degelijk iets boven de stad Groningen: de gemeente Het Hogeland. Een uitgestrekt gebied met het bekende Pieterburen en het mooiste dorp van 2020: Winsum. In totaal telt de gemeente ruim honderd kernen en buurtschappen, met namen als Doodstil, Kleine Huisjes en Schapehals. ‘Je ziet in dit gebied de effecten van het langer thuis wonen dubbelop’, zegt Vos. Ze is in dienst bij MantelzorgNL, en voor een deel van haar tijd actief voor het programma Samen Ouder Worden. ‘De voorzieningen in de dorpen nemen al jaren af. Dat maakt in de eigen omgeving blijven wonen er niet makkelijker op.’

‘Veel mensen hebben bovendien een klein netwerk’, vult Jan Bernard Oostwoud aan. Hij werkt als coördinator informele zorg bij de lokale welzijnsinstelling en helpt inwoners bij het starten en runnen van een Thuiskamer (youtube). Dat is een fysieke plek waar mensen zich vertrouwd en thuis voelen. ‘In 2019 opende de eerste de deuren en inmiddels zijn er zeven. Ook in coronatijd zijn er bijgekomen. Iemand die zo’n plek bezoekt, noemen we een “meedoener”. We hebben het hier dus niet over “vrijwilliger” of “deelnemer”. De Thuiskamers bieden aandacht, verpakt in koffie, thee en een koekje.’

Betekenis

Het bewuste gebruik van de term meedoener is niet uit de lucht komen vallen. Het is gekoppeld aan het begrip betekenis, en gebaseerd op het gedachtegoed van Joris Slaets over het positieve welbevinden en dat van Machteld Huber over positieve gezondheid. Ook stoelt het op het werk van Emily Esfahani Smith, die zegt dat niet geluk, maar betekenis het leven de moeite waard maakt. ‘Dat wil zeggen’, zegt Vos, ‘dat we daar naar op zoek gaan: Wat wil iemand nog leren? Wat kan hij betekenen voor een ander?’

De  vragen over betekenis zijn niet voor iedereen even makkelijk te beantwoorden, weet Oostwoud uit ervaring. ‘Door de pensionering vallen veel rollen weg. Tegelijkertijd is het waardevol om actief te blijven, zeker voor het gevoel van betekenisvol zijn.’ De begeleiding die Oostwoud biedt aan initiatiefnemers van Thuiskamers zit hem dan ook deels in het aanreiken van handvatten om dat betekenisvolle gesprek te voeren met mensen.

Niet geluk, maar betekenis maakt het leven de moeite waard maakt: Emily Esfahani Smith.

Inspiratiekaarten

Zo ontwikkelde het tweetal samen met onder meer enkele initiatiefnemers van het eerste uur een set inspiratiekaarten voor de Thuiskamers. Er is een variant voor professionals en eentje voor initiatiefnemers. Ze helpen bijvoorbeeld om werkelijk aan te sluiten bij de ander, legt Vos uit. ‘Hoe zorg je voor een veilige sfeer, hoe heet je iemand welkom? En de eerste vraag om erachter te komen waarop iemand misschien actief wil zijn is altijd: waar beleef je plezier aan?’

Iemand die voorheen genoot van het koken voor haar grote gezin, kan in een Thuiskamer de andere meedoeners verwennen met lekker eten. Iemand die tijdens zijn werkzame leven nooit toekwam aan een spelletje, kan nu eindelijk leren schaken. Diezelfde man kan de volgende dag helpen bij het tuinonderhoud. Oostwoud: ‘Dát is vraaggerichte vrijwillige inzet. Daarmee omzeilen we de ongelijkheid van het traditionele vrijwilligerswerk met strikt gescheiden hulpvragers en hulpbieders.’ Want we hebben allemaal iets te bieden en te wensen, wil hij maar zeggen.

Elkaar tot hand en voet zijn

Dat is voor Vos de kracht van betekenis: ontdekken wat je te bieden hebt aan de ander. ‘Elkaar tot hand en voet zijn om het goed te hebben.’ Ze onderstreept wat ze bedoelt met het voorbeeld van de mevrouw met dementie die actief meedoet in een van de Thuiskamers. ‘Zij snijdt elke keer het brood voor een andere vrouw. Die kan dat zelf niet door haar motorische problemen.’ Juist dit soort ogenschijnlijk kleine dingen kunnen voor iemand het verschil maken tussen ergens wel of geen zin in hebben, wel of geen betekenis ervaren.

Voor Oostwoud viel dit kwartje jaren geleden, toen hij in een verpleeghuis uit goede bedoelingen een kopje koffie wilde inschenken voor een bewoner. ‘De fysiotherapeut waar ik samen mee was, wees me terecht. Zonde, ik had daarnet iemand een kans ontnomen om in beweging te komen.’ Die neiging is heel sterk, om zogenaamd kwetsbare mensen van alles uit handen te willen nemen. Maar daarmee ontnemen we de ander de kans om krachtig te zijn. Waarom zou een betaalde kracht de verjaardagskalender van de vaste meedoeners bij moeten houden? Waarom zou de coördinator de boodschappen moeten doen?

Sparren met beroepskrachten

Als begeleider wijst Oostwoud er steeds op aandacht te hebben voor de kracht van mensen. ‘Iedereen kan continu alert zijn op onnodig dingen uit handen nemen.’ Maar dat betekent wat hem betreft niet dat er geen onderscheid zou zijn tussen mensen die veel te geven hebben en mensen die kwetsbaarder zijn. ‘Er zullen altijd mensen nodig zijn die structuur bieden en die bepaalde verantwoordelijkheden op zich nemen.’

In het verlengde daarvan, zijn er ook grenzen aan wat de initiatiefnemers van de Thuiskamers aan kunnen en willen qua zorg en verantwoordelijkheid. Dat zit hem bijvoorbeeld in de complexiteit van het gedrag van sommige bezoekers. ‘Sommigen komen tot in hun allerlaatste levensfase in de Thuiskamers. Of mensen met psychiatrische kwetsbaarheden’, zegt Vos. ‘Niet iedereen is toegerust om daar mee om te kunnen gaan. Dat is echt een onderwerp waar we aan werken. Hoe kunnen we het zo organiseren dat de meedoeners kunnen sparren met beroepskrachten? En hoe schatten beroepskrachten de vrijwillige inzet op waarde?’

Zachtere overgang

Net zoals de overgang tussen hulpbieder en hulpvrager vervaagt, zo is ook de overgang tussen informele en formele zorg zachter aan het worden, zegt Oostwoud. ‘Beroepskrachten zouden af en toe gewoon een poosje bij een Thuiskamer moeten zijn. Een verzorgende of verpleegkundige maakt dan alvast op een open manier kennis met inwoners en toekomstige cliënten.’

En hoewel de ene organisatie de beroepskrachten meer ruimte biedt voor niet strikt tijdgebonden activiteiten dan de andere, is er volgens Oostwoud altijd wel een weg te vinden. ‘Doe het eerste contact met een cliënt en de naasten eens in een Thuiskamer. Dan zie je wie iemand is, buiten het ziek-zijn om.’ De zachtere overgang maakt voor individuele cliënten een warmere overdracht mogelijk. Voor de gemeenschap als geheel streven Vos en Oostwoud naar een actief netwerk van zorg- en welzijnspartijen rondom de Thuiskamers waardoor verwijzingen, kennis en vaardigheden worden gedeeld.

Meer informatie

Wil je meer weten over de inspiratiekaarten van de Thuiskamers. Hier lees je er meer over. Of neem contact op Aline Vos 

Samen Ouder Worden

Steeds meer mensen worden in hun vertrouwde omgeving oud. Vrijwillige inzet is vaak belangrijk voor hen. Het geeft verbinding, voldoening en structuur: het heeft en geeft zin. De manier waarop de vrijwillige inzet georganiseerd wordt, verandert mee met deze ontwikkeling. Het sluit steeds beter aan bij wat de thuiswonende oudere zelf graag wil en kan doen. En het stelt het traditionele beeld van de kwetsbare hulpvrager en de krachtige vrijwilliger bij.

Op 35 plekken verspreid over het land wordt er onder de noemer Samen Ouder Worden druk geëxperimenteerd en geleerd: wat doen en helpt ouderen om actief te blijven, en welke rol speelt vrijwilligerswerk daarin? Aan de lokale trajecten doen overal verschillende partijen mee. Altijd zijn ouderen zelf er actief bij betrokken, samen met een mix van gemeente, lokale (afdelingen van) vrijwilligersorganisaties, wijk-en buurtorganisaties, zorginstellingen en welzijnsorganisaties.

De samenwerkingspartners hebben een gezamenlijk en duidelijk doel voor ogen: dat mensen actief en waardig ouder worden. Per traject ligt het accent op een ander vraagstuk. Dat kan het vergroten van zingeving zijn, ouderen verleiden vrijwillig actief te blijven of worden, of bijvoorbeeld het versterken van het samenspel tussen de formele en de informele zorg. Het programma Samen Ouder Worden is onderdeel van Langer Thuis. De uitvoering van het programma wordt gedragen door elf landelijke vrijwilligersorganisaties en begeleid door Vereniging NOV.

 

 

Interview Tea Keijl

Afbeeldingen

Bekijk ook

Partners:     Movisie

Cookie-instellingen