Wat je doet, doe je uit je hart (artikel)

745 keer bekeken

Ervaringen met vrijwilligerswerk van ouderen met een Turkse en Marokkaanse migratieachtergrond. Belangrijkste uitkomsten van het onderzoek toegelicht door Tess ten Heggeler en Willem Jan de Gast (Samen Ouder Worden).

Wat drijft ouderen met een migratieachtergrond om zich vrijwillig in te zetten? Wat levert het hen op? En tegen welke drempels lopen zij aan? Over deze vragen is nog opvallend weinig bekend, terwijl het belang ervan toeneemt. In samenwerking met het NOV-programma Samen Ouder Worden werd door Tess ten Heggeler voor haar master Sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar de ervaringen van ouderen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond. In dit artikel worden de belangrijkste inzichten gedeeld.
Waarom dit onderzoek?

In veel landelijke kwantitatieve onderzoeken naar vrijwilligerswerk (zoals van het CBS, het SCP en Geven in Nederland) blijven ouderen met een migratieachtergrond onderbelicht. Ze doen minder vaak mee aan grootschalige surveys, bijvoorbeeld vanwege de taal of digitale vaardigheden of omdat hun inzet plaatsvindt buiten het formele vrijwilligerswerk. Daardoor ontbreekt zicht op waarom, waar en hoe deze groep vrijwillig actief is, en wat hen belemmert of juist stimuleert.

Dit gebrek aan inzicht is problematisch. Ouderen met een migratieachtergrond vormen een groeiende groep. Ze hebben gemiddeld vaker te maken met gezondheidsproblemen, armoede en beperkte toegang tot formele en georganiseerde vormen van zorg en ondersteuning. Tegelijk is bekend dat vrijwillige inzet juist bijdraagt aan vitaliteit, zingeving en sociale contacten. Bovendien zijn in veel migrantengemeenschappen informele, zelfgeorganiseerde vormen van ondersteuning en zorg essentieel. De centrale vraag is: hoe kunnen we deze vrijwillige inzet door ouderen met een migratieachtergrond beter begrijpen, erkennen én ondersteunen.

Om een rijker beeld te krijgen wat de drijfveren en mogelijkheden van ouderen met een migratieachtergrond zijn om vrijwillig actief te zijn, en welke drempels zij ervaren, hebben we een onderzoeksvraag uitgezet via de opleiding Sociologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. De studie van Tess is een eerste antwoord op deze vraag.

Opzet van het onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met SOMNL (Samen voor Ouderen met een Migratieachtergrond in Nederland). In totaal zijn 15 ouderen van Turkse en Marokkaanse herkomst geïnterviewd over hun ervaringen, motivatie en uitdagingen in vrijwilligerswerk. Daarbij is bewust gekozen voor een kwalitatieve benadering, gericht op het verdiepen van kennis die in bestaande grootschalige, kwantitatieve onderzoeken ontbreekt.

Omdat niet alle geïnterviewden de Nederlandse taal voldoende machtig zijn, is gewerkt met vertrouwenspersonen, sleutelpersonen en tolken. Ook zijn begrippen als ‘vrijwilligerswerk’ vermeden omdat dit te abstract of onbekend was. In plaats daarvan werd gevraagd hoe mensen actief zijn in hun omgeving. Zo ontstond ruimte voor verhalen, en werd betekenis ontleend aan de ervaring van binnenuit. Pas achteraf is door middel van coderingen en (tekst)analyse een formele betekenis aan deze verhalen toegekend.

Hetzelfde en anders

Wat opvalt is dat de manier waarop deze ouderen invulling geven aan hun vrijwilligerswerk op veel punten overeenkomt met wat bekend is over andere oudere vrijwilligers in Nederland.

Uit het onderzoek wordt duidelijk dat de vorm die ouderen met een migratieachtergrond aan hun vrijwillige inzet geven goed vergelijkbaar is met die van de algehele populatie: “[ze zijn] op uiteenlopende manieren en in diverse rollen vrijwillig actief.”[1] De geïnterviewden doen soms via gevestigde vrijwilligersorganisaties vrijwilligerswerk maar meestal in onderling verband en in eigen kring. Ze zijn langdurig maar ook voor kortere tijd verbonden aan het vrijwilligerswerk. Ze zijn uitvoerend aan de slag, maar soms ook coördinerend of bestuurlijk. Er is een sterke verbondenheid met hun sociale netwerken en culturele gemeenschappen. Dit is overigens ook zo bij groepen ouderen, bijvoorbeeld degenen die binnen ouderenbonden of via de kerk actief zijn.

Een tweede gelijkenis zit in de motivatie die ouderen met een migratieachtergrond hebben om vrijwilligerswerk te doen. “De motivatie om vrijwilligerswerk te doen, is over het algemeen meervoudig. De voornaamste motivatie die de respondenten benoemen, is intrinsiek: zij doen het omdat ze het leuk vinden, het bij hun waarden past of omdat het ‘uit het hart’ komt. Daarnaast spelen sociale verbondenheid, vermijden van eenzaamheid, religieuze of culturele normen, en de behoefte om iets bij te dragen aan de samenleving een rol in de motivatie voor deelname.” De ouderen zijn vrijwillig actief omdat ze van betekenis willen zijn, omdat het leuk is en omdat het hen iets oplevert. Dat zijn exact de drie motivatoren waarvan we weten dat die in enige combinatie voor vrijwel alle vrijwilligers gelden.

 

“Beter doodgaan dan al die activiteiten niet meer doen”

(uitspraak van een respondent)

 

Ten derde verschilt de betekenis die ouderen met een migratieachtergrond geven aan hun vrijwillige inzet niet van wat algemeen bekend is. “Voor vrijwel alle respondenten staat [vrijwilligerswerk] centraal als middel om anderen te helpen, maar ook als manier van ontvangen - om zelf vreugde, voldoening en zingeving te ervaren. Het vervult een belangrijke rol in het actief blijven, biedt structuur in het dagelijks leven en draagt bij aan het gevoel deel te nemen aan de samenleving. Daarnaast blijkt voor velen de religieuze en culturele context bepalend, waarbij vrijwilligerswerk wordt ingebed in bredere morele en gemeenschapswaarden. Ook komt een sterk gevoel van wederkerigheid naar voren: de hoop dat het goede dat men doet, uiteindelijk terugkomt. Tot slot beschouwen sommige respondenten vrijwilligerswerk als essentieel onderdeel van hun identiteit en welzijn.”

Deze manieren van betekenis geven aan vrijwilligerswerk hebben ook gevolgen voor het psychologisch welzijn van de geïnterviewden: “Vrijwel alle respondenten ervaren positieve emoties zoals geluk, blijheid en een trots gevoel bij hun vrijwillige inzet”. Ook is bij vele respondenten het sociale netwerk vergroot en ervaren zij positieve relaties met anderen. Een deel van de geïnterviewden geeft aan dat het vrijwilligerswerk hun persoonlijke ontwikkeling en zelfacceptatie heeft gestimuleerd en dat ze nieuwe vaardigheden hebben geleerd. Waardering voor hun inzet als vrijwilliger is daarin een cruciale factor.

 

“Toen ik hier pas was, was ik totaal iemand anders. Ik ben zo gegroeid.”

(uitspraak van een respondent)

 

Wat anders is

Toch zijn er ook verschillen. Vooral als het gaat over de drempels die ouderen met een migratieachtergrond ervaren, zowel voorafgaand aan als tijdens hun vrijwilligerswerk.

Voorafgaand aan het vrijwilligerswerk zijn er drie categorieën belemmeringen:

  • Angst voor sociale beoordeling en afwijzing: Een deel van de geïnterviewden geeft aan dat ze “bang zijn om fouten te maken of om negatief beoordeeld te worden door anderen. Ook was er angst voor roddels of over wat anderen van hen zouden denken.” Hierbij kan het gegeven dat deze geïnterviewden hun vrijwilligerswerk meer dan gemiddeld binnen de eigen gemeenschap doen een rol spelen. Er staat veel op het spel.
  • Taalbarrières: Ouderen met een migratieachtergrond die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, ervaren aan de ene kant dat zij niet makkelijk aansluiten bij een Nederlandstalige context door taalproblemen. Aan de andere kant wordt er bij regulier vrijwilligerswerk veelal vanuit gegaan dat taal(beheersing) geen probleem is. Dit beperkt de mogelijkheden voor deze groep om vrijwillig actief te worden, waardoor zij eerder in eigen kring aan de slag gaan.
  • Twijfels over zinvolheid en betekenis: Wanneer ouderen zich niet bekwaam voelen om bij te dragen, bijvoorbeeld door taalproblemen of sociale onzekerheid, vermindert hun motivatie om te participeren.” Als daar ook nog angst voor roddels of voor negatieve oordelen bijkomt, kan het gebeuren dat iemand vrijwilligerswerk doet vanuit een schuldgevoel of angst voor afwijzing in plaats vanuit eigen motivatie. De zin- en betekenisgeving van het vrijwilligerswerk komt dan onder druk te staan.

De ouderen met een migratieachtergrond komen tijdens de uitvoering van het vrijwilligerswerk ook drempels tegen:

  • Ontbreken van autonomie: Een deel van de geïnterviewden geeft aan dat er te veel bemoeienis is met hun vrijwilligerswerk. Er worden verplichtingen opgelegd en de bureaucratie neemt toe. Dat staat haaks op de intrinsieke motivatie en betekenisgeving die deze ouderen zoeken in het vrijwilligerswerk.
  • Emotionele belasting: Een aantal respondenten ervaart dat ze emotioneel (over)belast raken door de problemen of emoties van anderen. Deze belemmering is herkenbaar in het hedendaagse vrijwilligerswerk. In het geval van deze groep lijkt zich dit nog sterker voor te doen omdat veel vrijwilligerswerk in eigen kring plaatsvindt. Daarmee zijn de onderlinge relaties sterker én zien hulpvragers dit als een uitgelezen mogelijkheid om in de eigen taal  hun verhaal te doen.
  • Taalbarrières: De eerdergenoemde taalbarrières gelden ook tijdens de uitvoering van het vrijwilligerswerk.
  • Angst voor instanties en controle: Een paar respondenten geven aan dat sommige ouderen met een migratieachtergrond wantrouwend zijn tegenover formele (overheids)organisaties, waarschijnlijk als gevolg van negatieve ervaringen. Daardoor laten ze zich minder snel in met formeel vrijwilligerswerk of zullen ze in hun vrijwilligerswerk minder snel samenwerken met formele organisaties en instanties.
  • Vooroordelen en racisme: De meeste respondenten hebben zelf weinig tot geen ervaring met vooroordelen en racisme in hun vrijwilligerswerk. Wel benoemen ze het als een mogelijk negatieve factor op de mogelijkheden voor en motivatie van ouderen met een migratieachtergrond om vrijwillig actief te worden en blijven.

Sommige van de bovengenoemde belemmeringen zijn meer algemeen van toepassing. Het zijn met name de drempels die te maken hebben met etniciteit, culturele gemeenschap en taal die meer gelden voor ouderen met een migratieachtergrond dan voor andere groepen ouderen.

Wat kunnen organisaties doen?

De inzichten uit het onderzoek laten zien dat veel belemmeringen te overbruggen zijn, mits organisaties zich bewust inzetten voor inclusiviteit en erkenning van verschillen. Drie concrete handelingsperspectieven:

Sluit aan bij wensen, mogelijkheden en ervaringen

Voor de respondenten is het essentieel dat vrijwilligerswerk qua niveau en inhoud bij hen past en dat het laagdrempelig toegankelijk is. Dat betekent dat het goed is dat organisaties in gesprek gaan met (potentiële) oudere vrijwilligers met een migratieachtergrond om samen in kaart te brengen wat hun wensen, behoeften, talenten en mogelijkheden zijn. Zo kan er een werkbare situatie worden gevonden, of het wordt duidelijk dat er verder gezocht moet worden naar een match elders.

Versterk het zelfvertrouwen en de zichtbaarheid van talent

Onder deze groep werkt het goed om te laten zien dat ze ertoe doen, zinvol en betekenisvol als vrijwilligers aan de slag kunnen en dat ze allerlei talenten hebben die ze als vrijwilliger kunnen inzetten of versterken. Dat vergt een speciale benadering, waarbij de genoemde belemmeringen zoveel mogelijk worden aangepakt. Organisaties kunnen gerichte talentgesprekken en waarderingsgesprekken voeren.

Zorg voor toegankelijke ondersteuning en vertrouwde gezichten

Door taalbarrières en de focus op de eigen gemeenschap is het van essentieel belang om vertrouwde verbinders in te zetten, ook wel sleutelpersonen genoemd. Deze kunnen de oudere vrijwilligers met een migratieachtergrond ondersteunen en begeleiden. Dit is een vaste aanpak van SOMNL. Hierdoor komt het wederzijdse gesprek op gang en kan er op maat ingespeeld worden op wat de groep nodig heeft. “Mensen voelen zich eerder veilig en gemotiveerd wanneer zij zich verbonden voelen met hun omgeving.”

Samen in gesprek in de Utrechtse wijk Lombok (SOM NL)

Dit onderzoek laat zien dat oudere migranten vrijwillig actief zijn vanuit motivatie, betrokkenheid en gemeenschapszin. Wel vraagt het om een aanpak die aansluit bij hun leefwereld. Alleen dan kunnen zij hun talenten inzetten – op hun eigen manier, en volgens hun eigen voorwaarden. Belangrijk is ook dat dergelijke ondersteuning en begeleiding structureel georganiseerd is, zodat ouderen weten waar ze aan toe zijn: “Voor organisaties kan dit betekenen dat zij actief relaties opbouwen met moskeeën, buurtorganisaties of verenigingen met mensen met een migratieachtergrond, maar ook dat zij informatie verstrekken in de moedertaal.” Het kan helpen als organisaties hun “formele drempels, zoals ingewikkelde aanmeldingsprocedures, formulieren of taalgebruik vereenvoudigen. Door actief te werken aan laagdrempelige, cultuur-sensitieve werkwijzen wordt vrijwilligerswerk toegankelijker voor een bredere en meer diverse groep ouderen.”

Meer weten?

Samen Ouder Worden is een landelijk leer- en ontwikkelprogramma, dat wordt uitgevoerd door 11 landelijke vrijwilligersorganisaties in de periode 2019 - 2026. Doel van het programma is om een bijdrage te leveren aan goed en vitaal ouder worden. Ouderen zijn de bron van ideeën, talenten en activiteiten. Vrijwilligerswerk biedt hun unieke kansen om betekenisvol en zinvol bezig te zijn. Het programma werkt vanuit de filosofie dat lokale en landelijke spelers gezamenlijk werkzame interventies ontwikkelen vanuit experiment en kennisdeling. Er wordt gebruik gemaakt van inzichten uit bijvoorbeeld design thinking, organisatieleren en waarderend onderzoeken.

Meer weten over de uitkomsten van dit onderzoek, wat we doen met en voor ouderen met een migratieachtergrond of over het programma Samen Ouder Worden? Neem contact op met Willem-Jan de Gast via willem@nomadetrainingenadvies.nl of kijk op www.samenouderworden.nl.

Klik hier voor de masterscriptie Hetzelfde én anders: vrijwilligerswerk onder ouderen met een Turkse en Marokkaanse migratieachtergrond in Nederland. Een kwalitatief onderzoek naar ervaringen met deelname aan vrijwilligerswerk.

 

 

[1] Alle quotes in dit artikel zijn afkomstig uit de scriptie.

    Afbeeldingen

    Bekijk ook

    Advies en ondersteuning logo

    Aidadreef 8
    (2e verdieping)
    3561 GE Utrecht

    030 230 7195
    algemeen@vrijwilligerswerk.nl

    KvK 30126706
    NL 16 RABO 036 927 3141
    BTW NL 804161197B02

    Cookie-instellingen