Hetzelfde én anders (interview)

734 keer bekeken

Interview Tess ten Heggelaar over het onderzoek naar vrijwilligerswerk onder ouderen met een migratieachtergrond. Met een reflectie van directeur Jeanny Vreeswijk van SOM NL over de aanpak en uitkomsten

Hoe ervaren ouderen met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond deelname aan vrijwilligerswerk? Dat was de hoofdvraag van het afstudeeronderzoek van Tess ten Heggeler. Veel blijkt hetzelfde als voor ouderen in het algemeen. Maar ouderen met een migratieachtergrond ervaren wel duidelijk andere belemmeringen. Ook het onderzoek zelf kende fikse uitdagingen.

Om te beginnen met de overeenkomsten: ouderen met en zonder migratieachtergrond kiezen grotendeels om dezelfde redenen voor vrijwilligerswerk, constateerde Ten Heggeler. ‘De ouderen die meewerkten aan het onderzoek zetten zich vrijwillig in omdat ze van betekenis willen zijn, omdat ze het gewoon leuk vinden of omdat het hen iets oplevert. Dat zijn precies de redenen die opduiken in algemeen onderzoek naar wat mensen motiveert om zich vrijwillig in te zetten.’ Ook de manieren waarop ouderen zich vrijwillig inzetten komen overeen: soms in gevestigde vrijwilligersorganisaties, soms informeel in eigen kring; soms lang, soms kort; soms uitvoerend, soms coördinerend. De derde overeenkomst zit in de betekenis die de vrijwillige inzet heeft. Bij ouderen met en zonder migratieachtergrond is dat doorgaans een combinatie van geven en ontvangen: hulp geven en plezier en zingeving krijgen. Ook noemen beide groepen actief blijven en dagstructuur als antwoord op de vraag wat de waarde is.

Belemmeringen

Tegelijkertijd gaven de respondenten aan belemmeringen te ervaren bij het vrijwilligerswerk, zowel voordat ze begonnen als nu ze al aan de slag zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om taalproblemen, onzekerheid over het eigen kunnen en een gebrek aan autonomie binnen organisaties. ‘Hetzelfde én anders: vrijwilligerswerk onder ouderen met een Turkse en Marokkaanse migratieachtergrond in Nederland’ is dan ook niet voor niets de titel van haar scriptie, die Ten Heggeler schreef als masterstudent sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De taalproblemen verbaasden haar in het begin: ‘Een deel van de mensen met wie ik sprak woont hier al langer dan vijftig jaar. Hoe kan het dan dat je nauwelijks Nederlands kunt? Maar toen ze vertelden dat ze eigenlijk alleen maar omgaan met mensen uit het land van herkomst, begreep ik het wel.’

Twee kanten op

De taalbarrière werkt volgens Ten Heggeler twee kanten op: ‘Ouderen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, zoeken en vinden niet zo makkelijk aansluiting in een omgeving of organisatie waar Nederlands de voertaal is. Aan de andere kant roept het vragen op over toegankelijkheid en mogelijke gatekeeping binnen vrijwilligersorganisaties.’ Ze raadt vrijwilligersorganisaties en -initiatieven dan ook aan om ouderen met een migratieachtergrond actief welkom te heten. Voor gemeenten en andere subsidieverstrekkers heeft ze nog een andere aanbeveling: ‘Vergeet het papierwerk. Dat is niet makkelijk, maar wel nodig. Formele drempels zoals ingewikkelde procedures, formulieren of taalgebruik kunnen hen afschrikken, vooral als zij minder vertrouwd zijn met de Nederlandse institutionele logica en organisatieculturen.’

Zo inclusief mogelijk

Ten Heggeler voerde een kwalitatief onderzoek uit: ze hield interviews van dertig tot vijftig minuten met vijftien mensen. Omdat bekend is dat ouderen met een migratieachtergrond zich relatief vaak in een informele setting inzetten voor anderen, gebruikte ze bewust de term vrijwilligerswerk niet in de uitnodiging. ‘Ik wilde vrijwillige inzet zo inclusief mogelijk benaderen. Daarom noemde ik het “helpen van de gemeenschap, de buurt of anderen buiten de eigen familiekring”.’ Desondanks bleek het niet eenvoudig om ouderen te vinden die mee wilden werken: ‘Ik begon met mensen rechtstreeks te benaderen, telefonisch en per mail. Maar dat leverde niets op. Daarna heb ik contact gelegd met sleutelpersonen in de Turkse en Marokkaanse gemeenschappen in Rotterdam en Almelo. De sleutelpersoon in Rotterdam had in eerste instantie vier gesprekken georganiseerd. Toen ik in Rotterdam was om die gesprekken te voeren, vroeg ik of er misschien nog meer mensen mee wilden doen, want ik kwam nog respondenten tekort. Toen bleek het ter plekke alsnog te regelen. De les die ik daarvan heb geleerd, is dat het goed werkt om dingen op de man af te vragen.’

Behoorlijk pittig

Ook het voeren van de gesprekken zelf bleek door de taalproblemen behoorlijk pittig. Ook al had Ten Heggeler de vragen precies volgens het boekje van de universiteit voorbereid: ‘Zo open mogelijk en in makkelijke taal. Maar bij het eerste gesprek merkte ik meteen: hier kom ik niet zo ver mee. Toen heb ik de topiclijst aangepast, maar dan nog… Gelukkig werd ik steeds beter in improviseren door dezelfde vraag nog eens in andere woorden te stellen.’ Via de sleutelpersonen kon ze werken met een tolk. Maar omdat het geen officiële tolk was, hielp dat niet altijd afdoende. ‘Als de tolk zelf de vraag al niet helemaal begrijpt, is er een dubbele vertaalslag nodig. En soms hield de respondent een heel verhaal en maakte de tolk er vier woorden van. Dat was lastig.’

Dieper liggende problemen

Dat het Nederlands de standaardtaal is in de onderzoekswereld, raakt volgens Ten Heggeler aan dieper liggende problemen die te maken hebben met machtsverhoudingen in de kennisproductie. Dit gaat bijvoorbeeld over de positie die de onderzoeker en de respondent innemen. ‘Als witte onderzoeker met een westerse academische achtergrond heb ik een hele andere manier van denken, praten en opschrijven. Daardoor mis ik waarschijnlijk relevante informatie en blijven waardevolle kennis en ervaringen onbedoeld onderbelicht. En voor de mensen met wie ik praat kan het moeilijk zijn om zich open te stellen. Soms voelde ik echt wantrouwen en moest ik uitgebreid uitleggen dat ik niet kwam om hen slecht neer te zetten of te benadelen.’ In haar rapport stelt Ten Heggeler in de eigen reflectie op het onderzoek dan ook: ‘Kennis is nooit neutraal, maar hangt samen met wie je bent, vanuit welke positie je spreekt, en in welk systeem die kennis wordt geproduceerd.’

 

Reflectie op het onderzoek door Jeanny Vreeswijk Manusiwa, directeur/bestuurder SOMNL
‘Vanuit SOMNL hebben we meegewerkt aan dit onderzoek door respondenten aan te dragen. Het is heel belangrijk dat dit soort onderzoek wordt gedaan. Waarschijnlijk kunnen we de resultaten gebruiken voor de leidraad over meer divers en inclusief vrijwilligerswerk, die wij vanuit het NOV programma ‘Meer en anders vrijwilligen’ willen maken. Een kanttekening is wel dat je onderzoek onder mensen met een Turkse en een Marokkaanse achtergrond niet kunt veralgemeniseren tot onderzoek onder alle mensen met een migratieachtergrond. Dat is te kort door de bocht.’

 

Specifieke benadering
‘Heel positief aan het onderzoek is dat de overeenkomsten én de verschillen benoemd worden, in die volgorde. Dit legitimeert een specifieke benadering. We herkennen bij SOMNL de taalproblemen en de angst om dingen fout te doen. En we onderschrijven van harte de aanbeveling om vrijwilligerswerk makkelijker mogelijk te maken door bijvoorbeeld financiële vergoedingen te bespreken. Er zijn mensen met een uitkering die denken dat ze geen vrijwilligersvergoeding mogen ontvangen, dat moet duidelijker worden uitgelegd. Tot slot vind ik de discussie die de onderzoeker aansnijdt over machtsverhoudingen in de kennisproductie heel belangrijk. Het is niet meer van deze tijd om te blijven hangen in de aanname dat mensen met een migratieachtergrond “moeilijk te vinden zijn”. Het probleem is dat onderzoekers vaak te weinig tijd hebben of krijgen om uit te zoeken hoe deze mensen het beste te benaderen zijn. Dit geldt overigens niet alleen voor mensen met een migratieachtergrond, maar voor verschillende mensen die minder zichtbaar zijn in de samenleving.’

    Afbeeldingen

    Bekijk ook

    Advies en ondersteuning logo

    Aidadreef 8
    (2e verdieping)
    3561 GE Utrecht

    030 230 7195
    algemeen@vrijwilligerswerk.nl

    KvK 30126706
    NL 16 RABO 036 927 3141
    BTW NL 804161197B02

    Cookie-instellingen