Anja Laeven van de Raad van Ouderen:
‘Ouderen worden gebruikt als klapstoeltjes’
Naar aanleiding van de verschijning van het SCP-rapport Doe je mee?! nemen Anja Laeven van de Raad van Ouderen en Petra van Loon van Samen Ouder Worden het rapport onder de loep. Dat leidt tot een gesprek over begrippen als zinvolle participatie, levensloop en maakbaarheid. En over hoe ouderen medeontwerpers van de samenleving kunnen zijn.
‘Ouderen worden nu vooral gebruikt als klapstoeltjes.’ Anja Laeven, voorzitter van de Raad van Ouderen, stelt het direct scherp: ‘Als samenleving nodigen we ze uit om mee te doen als ze even nodig zijn. En na gedane zaken gaan ze weer achter het gordijn. Dus van echt meedoen is geen sprake.’ Laeven weet waarover ze het heeft: na een werkzaam leven als directeur in de VVT-sector en bij diverse cliënten- en seniorenorganisaties, werkt ze op haar 72ste nog steeds hard aan de beeldvorming en aan participatie vanuit gelijkwaardigheid.
Anja Laeven
Drie artikelen over Doe je mee?!
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) publiceerde eind 2025 het onderzoek
Doe je mee?! Het rapport beantwoordt de vraag hoe participatiebevorderend overheidsbeleid zich verhoudt tot wat ouderen zelf als zinvolle participatie ervaren. Samen Ouder Worden hecht belang aan dit rapport en reflecteert er in een driedelige serie artikelen op. Dit artikel is het derde van de reeks.
Niet meer bevraagd
Laeven komt veel over de vloer bij overheden, werkgevers en zorginstellingen en overal ziet ze hetzelfde: ‘Als je niet meer werkt, dan hóef je niet meer, dan word je niet meer bevraagd. Als een gemeente voor ouderen wil bouwen of als een zorginstelling wil verbouwen bijvoorbeeld. Dan mag je als oudere meepraten, maar zeker niet meebeslissen. De oudere burger niet enkel als een doelgroep zien, maar als middel, als medeontwerper: dat is nog steeds lastig. Terwijl ouderen nodig zijn voor de oplossing. Dat vraagt gelijkwaardigheid aan alle tafels en waardering voor de ervarings- en vakkennis die ouderen meebrengen.’
Veel manieren om te participeren
Petra van Loon is programmamanager van Samen Ouder Worden. Van Loon noemt naast het participeren in beleid, waarover Laeven spreekt, nog andere manieren om te participeren: ‘Door vrijwilligerswerk, door te zorgen voor anderen of door te leren. Op microniveau doen mensen van alle leeftijden op veel verschillende manieren mee.’ Voor het SCP-rapport sloot onderzoeker Henrike Hoogenraad zich aan bij twee groepen ouderen, die onder de paraplu van Samen Ouder Worden activiteiten ondernemen. Een kernelement bij deze beide groepen – en in al het werk van Samen Ouder Worden – is dat de ouderen zelf een ontwerpersrol hebben.
Petra van Loon
Mimetische overheid
In tegenstelling tot Laeven ziet Van Loon in de praktijk dus dat het wel degelijk kan: ouderen die volwaardig participeren. Waar Van Loon meer moeite mee heeft, is de manier waarop de overheid de beleidsagenda bepaalt. ‘De overheid doet aan mimetische politiek: ze presenteert zich als bondgenoot en doet het lijken alsof de beleidsdoelen vanzelfsprekend voortvloeien uit de wensen van ouderen. Maar in feite bepaalt de overheid met een eigen agenda wat de mensen zouden moeten willen. Dat ze langer thuis moeten blijven wonen bijvoorbeeld. En je ziet het nu ook bij het discours over dat mensen weerbaarder moeten worden.’
Aan de kaak stellen
Veel mensen willen inderdaad graag in hun eigen omgeving blijven, maar de overheid legt nu een grote verantwoordelijkheid bij henzelf om dat mogelijk te maken, voegt Van Loon eraan toe. ‘Terwijl ouderen al heel veel doen: bijna de helft van alle AOW’ers is minstens een keer per week actief als vrijwilliger, ze passen op, zijn mantelzorger. ‘Is gewoon ademhalen ook goed?!’ verzuchtte laatst iemand.’ Van Loon juicht het toe dat dit mimetische denken in het SCP-rapport aan de kaak wordt gesteld.
Verschillende perspectieven
Het woord ‘microniveau’ is gevallen, en daarmee impliciet ook het macroniveau. Beide termen weerspiegelen vanuit welk perspectief de beide experts kijken. Van Loon kijkt op het niveau van het dagelijks leven van ouderen, om te zien en vooral te horen wat daar nodig is om goed ouder te kunnen worden. Laeven kijkt met een helikopterview naar wat de overheid wat dat betreft zou kunnen doen.
Vermeende twistpunten
Spraakverwarring en vermeende twistpunten liggen daardoor op de loer. Zo heeft Laeven moeite met de term ‘zinvolle’ in de titel van het rapport. Ze vraagt zich af voor wie de participatie volgens de onderzoekers zinvol moet zijn: voor de overheid, voor het individu, voor de samenleving? Voor Van Loon is het helder wie de onderzoekers voor ogen hadden: ‘Volgens mij gaat het over zinvolle participatie voor de mensen zelf. Dus als tegengesteld aan meedoen op de manier zoals de overheid dit voor zich ziet.’
Spannende confrontatie
Het gesprek komt vervolgens op de begrippen maakbaarheid en levensloop. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Zit er spanning tussen de maakbaarheidsgedachte en hoe levens werkelijk verlopen? Volgens Van Loon wringt dat inderdaad, Laeven ziet het anders. Zij beschouwt het begrip maakbaarheid als het geheel van structuren, instituties en regels. ‘Dat geheel moet op collectief niveau voldoende rekening houden met wat individuele mensen in hun levensloop meemaken. Het zou de diversiteit in de individuele keuzes van mensen moeten faciliteren. Dat is wel een spannende confrontatie.’
Pech van de levensloop
Van Loon heeft meer moeite met de maakbaarheidsgedachte. Bijvoorbeeld met het idee dat je goed ouder worden af zou kunnen dwingen als je maar gezond eet, voldoende beweegt en digitaal bijblijft. ‘Maar de pech van de levensloop is dat de een met meer verlies en ziekte te maken heeft dan de ander. Ook al doe je alles volgens het boekje, dan kun je alsnog pech hebben en dan zijn je mogelijkheden ineens een stuk beperkter.’ Ook de financiële situatie van mensen beïnvloedt de maakbaarheid. Van Loon wijst op mensen met een klein pensioen, of mensen met een gat in de AOW, die niet zoveel te kiezen hebben.
Wat nodig is
Al die diversiteit is door de overheid niet te bedienen, ook niet met een veelheid aan voorzieningen en arrangementen, stelt Van Loon. ‘Maar wat wel kan: vragen wat iemand nodig heeft. Dat is iets anders dan vanuit de beschikbare voorzieningen kijken wat het beste past, dat is vragen welk probleem als eerste opgelost moet worden en wat daarvoor nodig is.’ Ze noemt ter illustratie de aanpak van het IPW en Michelle van Tongerloo: ‘Als blijkt dat iemand een auto nodig heeft om te kunnen werken en niet meer afhankelijk te zijn van een uitkering, dan vragen zij zich niet af of daar een voorziening voor is, maar dan gaan ze kijken hoe ze een auto kunnen organiseren.’
Herverdeling van taken
Een onderwerp waarover de beide gesprekspartners het roerend met elkaar eens zijn is overigens ook makkelijk te vinden: de noodzaak van overheidsbeleid dat de departementsgrenzen overstijgt. Van Loon noemt als voorbeeld dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mensen stimuleert om langer te blijven werken, terwijl vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de boodschap is dat we moeten omzien naar elkaar en voor elkaar moeten zorgen. ‘Dat samenspel moet veel beter. De vraag is: hoe kom je tot een goede herverdeling van alles wat er moet gebeuren? Het betaalde werk, de kinderopvang en de mantelzorg?’
Ideaalplaatje
Laeven beaamt dat en ziet dagelijks als ze vanuit haar huis naar buiten kijkt hoe het beter kan. ‘Ik kijk uit op een park. In groen komt zoveel samen: een gezonde leefomgeving, bewegen, ontmoeten. Dat soort combinaties zouden beleidsmakers ook moeten maken. Een woning zonder schimmel hoort bij volksgezondheid en volkshuisvesting.’ Dit brengt Van Loon tot de constatering dat ook Laeven begint bij waar het om gaat: de ervaringen van de ouderen zelf. ‘Dat je een schimmelvrij huis noemt, laat dat wel zien. Ik weet dat jullie als Raad van Ouderen overal in het land met ouderen in gesprek zijn en van daaruit steeds zoeken naar verbinding tussen de leefwereld en de systeemwereld.’
Natuurlijke ordening
Die verbinding tot stand brengen is ook wat Samen Ouder Worden wil, alleen verschilt de vorm waarin dat tot uitdrukking komt, zegt Van Loon. ‘Wij doen het met praktijkinterventies en onderzoek, jullie met adviezen aan de overheid.’ Aan het einde van het gesprek constateren de twee experts dat hun beider ideaalplaatje voor goed ouder kunnen worden veelal op hetzelfde neerkomt. ‘We willen allebei rekening houden met alle elementen en omstandigheden, de natuurlijke ordening in het ecosysteem. We komen wel bij elkaar’, concludeert Laeven.