Samen met de praktijk ontwikkelen de Erasmus Universiteit, NOV en andere experts nieuwe cursussen en opleidingen voor ervaren vrijwilligersmanagers (mensen die met vrijwilligers werken) om de belangrijkste uitdagingen van morgen te kunnen aanpakken. Dankzij dit ontwikkeltraject, in het kader van ons project "contextgericht vrijwilligersmanagement" krijgen wij steeds meer inzicht in waar het huidige aanbod aan cursussen en opleiding tekortschiet voor mensen met ervaring. Voor ons is het helder, het gaat in de kern om de verschuiving van tactisch, naar strategisch denken en doen in het vrijwilligersmanagement.
Vrijwilligersmanagement gaat om het omzetten van de betrokkenheid van mensen, in onze terminologie Vrijwillige Energie, in concrete acties voor het publieke doel, in onze terminologie Vrijwilligerswerk. Omdat de vrijwillige energie verandert, verandert het vrijwilligerswerk en moet vrijwilligersmanagement dus voortdurend aangepast worden. De eerste stap in dat aanpassen en verbeteren is een beweging van een simplistisch ‘one size fits all’ perspectief (Vrijwilligersmanagement 1.0) naar een volwassen ‘context doet ertoe’ benadering (Vrijwilligersmanagement 2.0). En omdat nieuwe contexten vaak meer om organiseren gaan dan om organisatie, is de moderne term anno 2025 ‘werken met vrijwilligers’ in plaats van ‘vrijwilligersmanagement’.
De tweede stap is het verbreden en verlengen van de horizon van de manager. Verbreden betekent dat er meer en andere organisaties in het nu betrokken moeten worden bij het werken met vrijwilligers. Dit is heel duidelijk bij het betrekken van bedrijven maar er zijn ook andere voorbeelden. Verlengen betekent dat de vraag gesteld moet worden wat het gevolg is van onze manier van ‘werken met vrijwilligers’ nu voor de toekomst van vrijwillige energie. Wij noemen dit vrijwilligersmanagement 3.0. ofwel Vrijwilligers Rentmeesterschap.
De afgelopen 25 jaar is de kennis over context afhankelijk vrijwilligersmanagement 2.0 aanzienlijk toegenomen. Zo is helder dat een kleine vrijwilligersorganisatie met leden ander ‘management’ nodig heeft dan een vrijwilligersprogramma in een ziekenhuis, om maar een onderscheid te geven. In 2014 geven Brudney en Meijs een mooi overzicht van een aantal verschillende modellen in “Models of Volunteer Management: Professional Volunteer Program Management in social work” (open access, Engelstalig). In een blog geeft Philine van Overbeeke een andere indeling, gebaseerd op onderzoek in Nederland, die de veranderingen in vrijwillige energie van de laatste 15 jaar veel beter weet te vangen: Vrijwilligersmanager, jouw context vraagt een eigen model!. Het meest recent in deze beweging is de totale update van Basisboek vrijwilligersmanagement naar Basisboek werken met vrijwilligers van Willem-Jan de Gast en David Wijnperle. Mede door deze groei in kennis en het harde werken van al die mensen die werken met vrijwilligers durven wij stelling 1 te poneren:
Stelling 1: Het gaat goed met het vrijwilligerswerk in Nederland, omdat veel organisaties die met vrijwilligers werken hun dagelijks tactisch vrijwilligersbeleid op orde hebben.
Het perspectief van vrijwillige energie als grondstof waarvan vrijwilligerswerk gemaakt kan worden geeft eigenlijk direct aanleiding tot de duurzaamheid vraag: wat moeten mensen die met vrijwilligers werken doen en nalaten om ook in de toekomst voldoende vrijwilligerswerk te kunnen ‘maken’? De eerste stap is gericht op het verbreden van de basis van vrijwilligerswerk door meer bronnen van die vrijwillige energie te maken en goed het verschil te begrijpen tussen de concepten vrijwilliger en vrijwilligerswerk. Recent onderzoek geeft een mooie zee-metafoor met drie verschillende typen bronnen: wilde zalm, kweekvis en plankton. Verbreden betekent dat er nu meer grondstof is, maar dat betekent niet automatisch dat er ook in de toekomst vrijwillige energie zal zijn. Om dat te realiseren is een rentmeester perspectief nodig dat zich richt op duurzaamheid van de bronnen en circulariteit van de energie. Duurzaamheid betekent dat de energie blijft stromen. Circulariteit betekent dat we er voorzichtig mee om gaan zodat de druk op de bronnen niet te groot wordt. Dit brengt ons tot de tweede stelling:
Stelling 2: De bronnen van vrijwillige energie lopen risico omdat veel organisaties die met vrijwilligers werken en organisaties die vrijwilligerswerk kunnen beïnvloeden hun toekomstgericht strategisch vrijwilligers(werk)beleid niet op orde hebben.
En dan nu concreet, wat houdt een dergelijke verschuiving van ‘dagelijks tactisch’ naar ‘toekomstgericht strategisch’ in? De cursus die wij gezamenlijk ontwikkelen bestaat uit 9 sessies, die ingaan op het niveau van de individuele vrijwilliger, de organisatie en het bredere ecosysteem. In de onderstaande tabel lichten we voor deze drie onderwerpen de verschuiving uit waarbij helder is dat er overlap is tussen thema’s. De verandering van ‘dagelijks tactisch’ naar ‘toekomstgericht strategisch’ denken over vrijwilligers gebeurt door allerlei verschillende organisaties die met vrijwilligers werken. Inderdaad er is geen ‘one size fits all’ benadering. Dit eerste schema is voor beroepskracht gedomineerde dienstverlenende organisatie. Uiteindelijk maken we negen verschillende varianten, waarover later en in andere blogs meer.
|
Thema
|
Dagelijks tactisch
|
Toekomstgericht strategisch
|
|
De individuele vrijwilliger
|
|
1. Vrijwillige energie
|
|
|
|
|
Eigen organisatie
|
Bredere samenleving
|
|
|
Reis van een vrijwilliger in de eigen organisatie
|
Levensloop van vrijwilligers over verschillende organisaties en levensfases
|
|
|
Vrijwilligers als focuspunt
|
Vrijwilligers en vrijwilligerswerk als focuspunt
|
|
|
Inzet van vrijwillige energie
|
Duurzame en circulaire inzet van vrijwillige energie
|
|
|
Eenduidige bron van vrijwillige energie
|
Meervoudige bronnen van vrijwillige energie
|
|
|
Gesloten systeem denken
|
Ecosysteem denken
|
|
2. Vrijwilligersbaten
|
|
|
|
|
Motivatie van vrijwilligers als input voor vrijwilligersbeleid
|
Doorgaande motivatie van vrijwilligers als resultaat van vrijwilligersbeleid
|
|
|
Uniforme baten voor vrijwilligers
|
Pluriforme (maatwerk) baten voor vrijwilligers
|
|
|
Reactieve samenwerking met derde partijen gericht op aanbod van derde partij
|
Proactieve samenwerking met derde partijen op basis van aanbod aan de derde partij
|
|
|
Maximaliseren eigen baten door zendende en ontvangende organisatie
|
Optimaliseren eigen baten voor vrijwilligers, zendende en ontvangende organisatie
|
|
3. Diversiteit en inclusie
|
|
|
|
|
Gericht op diversiteit
|
Gericht op inclusie potentieel
|
|
|
Uniforme baten voor vrijwilligers
|
Pluriforme (maatwerk) baten voor vrijwilligers als eindresultaat
|
|
|
Doelgroepen gebaseerde werving
|
‘Open deur’ gebaseerde werving
|
|
|
1 dimensie
|
Intersectionaliteit (veranderend)
|
|
De Eigen Organisatie
|
|
4. Werving
|
|
|
|
|
Werving van vrijwilligers
|
Wervingspotentieel van de organisatie
|
|
|
Uniforme signalen naar potentiële vrijwilligers
|
Pluriforme signalen naar potentiële vrijwilligers
|
|
|
Flexibiliseren als algemene strategie
|
Aanpassen per vrijwilligersfunctie als strategie
|
|
|
Instrument gericht
|
Beleid gericht
|
|
5. Vrijwilligers betrokkenheid
|
|
|
|
|
Werving van vrijwilligers
|
Wervingspotentieel van de organisatie
|
|
|
Vrijwilligers als ‘aanhangsel’ van de organisatie
|
Vrijwilligers als ‘onderdeel’ van de organisatie mbt managementtijd, fysieke ruimte en ‘welkom’
|
|
|
Uitvoeren vrijwilligersbeleid is taak van vrijwilligersmanager
|
Uitvoeren vrijwilligersbeleid is taak van vrijwilligersmanager plus andere medewerkers
|
|
6. Waarde voor beneficianten
|
|
|
|
|
Uniforme waarde door vrijwilligers
|
Pluriforme (maatwerk) waarde door voor vrijwilligers met verschil tussen directe en indirecte werkzaamheden
|
|
|
Vrijwilligers maken waarde
|
Vrijwilligerswerk maakt ander waarde dan betaald werk en vrijwilligers voegen waarde toe omdat ze met veel zijn
|
|
|
Meer diensten
|
Andere diensten
|
|
Het Bredere ecosysteem
|
|
7. Win-win-win
|
|
|
|
|
Eigen ontvangende organisatie eerst
|
Gezamenlijke waarde
|
|
|
Eenduidige vrijwilliger
|
Gecombineerde vrijwilliger
|
|
|
Enkelvoudig management
|
Duaal management
|
|
|
Eigen organisatie
|
Bredere ecosysteem met stakeholders
|
|
8. Legitimiteit
|
|
|
|
|
Vrijwilligers als focuspunt
|
Vrijwilligers en vrijwilligerswerk als focuspunt
|
|
|
Gericht op meer diensten kunnen verlenen
|
Gericht op meer en betere diensten kunnen verlenen
|
|
|
Eigen organisatie
Eigen verhaal
|
Bredere ecosysteem met stakeholders
Bredere discourse
|
|
|
Eigen missie
|
Eigen missie, vrijwilligerswerk missie en vrijwilligers missie
|
|
9. Ecosysteem denken
|
|
|
|
|
Eigen organisatie
|
Bredere samenleving
|
|
|
Reis van een vrijwilliger in de eigen organisatie
|
Levensloop van vrijwilligers over verschillende organisaties en levensfases
|
|
|
Vrijwilligers als focuspunt
|
Vrijwilligers en vrijwilligerswerk als focuspunt
|
|
|
Inzet van vrijwillige energie
|
Duurzame en circulaire inzet van vrijwillige energie
|
|
|
Eenduidige bron van vrijwillige energie
|
Meervoudige bronnen van vrijwillige energie
|
|
|
Gesloten systeem denken
|
Ecosysteem denken
|
Dit stuk is geschreven in het kader van "contextgericht vrijwilligersmanement" een project gefinancierd door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wat als doel heeft het opleidingsaanbod voor ervaren vrijwilligersmanagers / coordinatoren vrijwilligersmanagement te transformeren door cursussen te ontwikkelen en testen. Volg onze ontwikkelingen op de voet via onze Linkedingroep: Vrijwilligersmanagement Anno Nu | Groepen | LinkedIn. Dit project loopt van 2024 tot 2028, gaanderweg komen steeds meer cursussen beschikbaar, houd de Linkedingroep en NOV in de gaten voor deelname mogelijkheden. Dit stuk is uitgewerkt door Prof. Dr. Lucas Meijs, Ivo Geers, Maikel Meijeren en Dr. Philine van Overbeeke.