Beste Henk, vertel eens over de overgangsfase vanaf jouw 60e tot aan de AOW-leeftijd. Hoe ziet deze eruit?
Ik heb altijd fulltime gewerkt en minder uren werken was in mijn functie eigenlijk geen optie. Dan moest hetzelfde werk in minder tijd gebeuren. Ik werk als adviseur informele zorg bij een grote zorgorganisatie. Daarbij houd ik me bezig met de vraag hoe naasten betrokken kunnen blijven bij de zorg voor een familielid of partner. Ik ontwikkel ik trainingen en ben betrokken bij het opzetten van Voorzorgcirkels in onze regio met als doel ‘omzien naar elkaar’.
Mijn AOW gaat in oktober 2028 in, maar ik ben van plan om al in de zomer te stoppen met werken. Ik geniet enorm van de zomer en dat voelt als een mooi moment om een nieuwe fase te beginnen. Die overgang zie ik met vertrouwen tegemoet. Ik ben nu al actief als vrijwilliger bij verschillende organisaties en verenigingen. Ik verwacht dat ik dat blijf doen, met als verschil dat ik straks ook overdag beschikbaar ben.
Voel (of voelde) je je gezien in deze derde levensfase?
Ja, ik voel me zeker gezien. Ik ben nog volop actief en mensen weten me goed te vinden voor advies, ideeën of ondersteuning. Tegelijkertijd merken anderen ook dat mijn pensioen dichterbij komt. Regelmatig krijg ik de vraag hoe lang ik nog mag werken of wanneer ik ga stoppen.
Ook vanuit mijn vrijwilligerswerk word ik gevraagd om mee te denken of iets op te pakken. Zo werd ik benaderd voor De Zonnebloem. Toen ik aangaf op dit moment geen extra bestuurstaken meer te willen, werd ik gelijk gevraagd om met iemand te gaan wandelen. Dat heb ik toen een keer met veel plezier gedaan.
Heb je in de fase voor de AOW de behoefte om jouw leven op een betekenisvolle manier vorm te geven?
Ja, daar ben ik nu al bewust mee bezig. Ik oriënteer me op activiteiten die voor mij betekenisvol zijn en die ik straks ook overdag kan doen. Daarbij merk ik dat mijn voorkeur verschuift. In mijn werk en vrijwilligerswerk vergader ik al veel en vervul ik regelmatig bestuurlijke rollen. Na mijn pensioen wil ik juist minder vergaderen en meer zelf doen. Ik haal veel voldoening uit direct contact met mensen en uit activiteiten waarbij je concreet iets kunt betekenen.
Welke activiteiten of bezigheden geven jou betekenis of voldoening?
Ik zet me graag in voor mensen die wat extra steun kunnen gebruiken. Zorg, welzijn en mantelzorg liggen mij na aan het hart. Ik haal veel voldoening uit activiteiten waarbij ik iets kan betekenen voor mensen die minder goed voor zichzelf kunnen opkomen.
Daarom ben ik betrokken bij verschillende initiatieven, zoals projecten voor mensen met dementie, jongeren met een verstandelijke beperking en een werkgroep dementievriendelijke gemeenten. Ook help ik binnen mijn familie waar dat nodig is.
Wat motiveert je om jouw kennis, ervaring en talenten te blijven inzetten?
Dementie speelt een belangrijke rol in mijn omgeving. Daarnaast heb ik een vader van 93 jaar die nog zelfstandig thuis woont. Zolang het binnen mijn mogelijkheden past, help ik hem graag waar nodig.
Door mijn werk heb ik veel kennis en ervaring opgebouwd op het gebied van zorg. Daardoor weten mensen mij vaak te vinden met vragen. Bijvoorbeeld wanneer ze vermoeden dat een partner, ouder of buur tekenen van dementie vertoont. Ik vind het waardevol om mee te denken, signalen te herkennen en mensen te helpen de juiste stappen te zetten. Op die manier kan ik met mijn kennis en ervaring iets betekenen voor anderen.
Heb je nog tips of opmerkingen voor de volgende generatie om deze overgangsfase soepel te laten verlopen?
Blijf vooral nieuwsgierig. Als je tijdens je werkzame leven actief en betrokken bent, dan blijft dat vaak ook na je pensioen zo. De uitdaging is vooral om te ontdekken waar je energie van krijgt als werk wegvalt.
Kijk daarom al vóór je pensioen naar wat je leuk vindt. Een zwager van mij merkte na zijn pensioen dat de klussen in huis op een gegeven moment klaar waren. Toen zijn we gaan nadenken over zijn interesses. Inmiddels is hij actief bij een sterrenwacht en verdiept hij zich in lokale geschiedenis. Zo ontstaan er vaak nieuwe activiteiten die je van tevoren niet had bedacht.
Voor mij geldt hetzelfde. Ik heb eerder te veel ideeën dan te weinig. Misschien ga ik mijn Frans of Engels verbeteren, misschien zet ik me in voor het onderhoud van een park. Het belangrijkste is dat je openstaat voor nieuwe mogelijkheden en dingen uitprobeert. Dan komt er vaak vanzelf iets op je pad dat bij je past.