We bereiden ons vaak jarenlang voor op ons financiële pensioen. Maar hoe bereid je je voor op een leven waarin werk langzaam een andere plek krijgt? De jaren tussen pakweg 60 en 75 vormen een belangrijke overgangsfase. Een periode om te ontdekken wat je wilt behouden, wat je wilt loslaten en waar je ruimte voor wilt maken. De verhalen van vier 60-plussers laten zien hoe verschillend die zoektocht kan verlopen.
Wie aan pensioen denkt, denkt al snel aan de datum waarop de AOW ingaat. Aan minder of niet meer werken, pensioenuitkeringen en misschien eindelijk tijd voor reizen, hobby’s of de kleinkinderen. Maar in werkelijkheid begint de overgang naar pensioen vaak veel eerder.
Vanaf een jaar of zestig verandert er iets. De pensioendatum komt dichterbij en daarmee ook vragen die daarvoor misschien minder urgent waren. Wil ik blijven werken? Wil ik minder werken? Waar krijg ik nog energie van? Wat wil ik met mijn ervaring doen? En hoe wil ik mijn tijd straks besteden?
Juist die jaren vóór en na de AOW vormen een levensfase op zichzelf. Een fase waarin betaald werk geleidelijk minder centraal kan komen te staan, terwijl de behoefte om actief te zijn en iets te betekenen niet zomaar verdwijnt. Sterker nog: naarmate mensen ouder worden, kiezen ze vaak bewuster waaraan ze hun tijd en energie willen besteden.
Niet van werk naar niets
Toch zijn we maatschappelijk nog niet zo gewend om naar deze periode als een overgangsfase te kijken. We hebben het werkzame leven georganiseerd en het financiële pensioen. Maar wat daartussen ligt, krijgt veel minder aandacht. De overgang van een druk werkend bestaan naar een volgende levensfase is daardoor vaak vooral een individuele zoektocht.
Dat het ook anders kan, laat Sjoerd zien. Hij bouwde zijn fulltime baan geleidelijk af van vijf naar drie dagen. Hij stapte uit het management, droeg verantwoordelijkheden over en werkte collega’s in. Zo ontstond stap voor stap afstand tot het werk. Niet omdat hij zijn vak niet meer leuk vond, maar omdat hij behoefte kreeg aan meer rust en vrijheid.
Die vrijheid gebruikt hij nu niet om een overvolle nieuwe agenda te creëren. Hij klust, helpt familieleden, doet vrijwilligerswerk en geniet ervan opa te zijn. Zijn kennis en ervaring zet hij nog steeds in, maar op zijn eigen manier en wanneer het hem uitkomt. Zijn advies aan anderen is dan ook om het werkzame leven geleidelijk af te bouwen en daarover goede afspraken te maken met de werkgever.
Zijn verhaal laat iets belangrijks zien: sociaal pensioen betekent niet dat na betaald werk onmiddellijk een nieuwe maatschappelijke carrière moet beginnen. Het gaat juist over de ruimte om opnieuw te bepalen wat bij je past.
Ruimte om iets nieuws te ontdekken
Bij Hans verloopt die overgang heel anders. Hij is al twintig jaar zelfstandig copywriter en wil na zijn AOW blijven werken. Maar wel anders. Minder haastklussen, meer zelf bepalen wanneer hij werkt en vooral doen wat hij leuk vindt.
Tegelijkertijd ontstond er ruimte voor iets nieuws. Via een opdracht kwam hij in aanraking met vrijwilligerswerk. Hij besloot gespreksleider te worden bij UP-gesprekken met ouderen. Bewust koos hij iets wat níét op zijn eigen werk leek. Het leverde hem nieuwe ervaringen op: beter luisteren, andere mensen ontmoeten en ontdekken dat hij zelf ook vooroordelen had.
Dat is misschien wel een van de interessantste kanten van deze levensfase. Het gaat niet alleen om het voortzetten van wat je al kunt. Er ontstaat ook ruimte om nieuwe kanten van jezelf te ontdekken.
Hans wil daarnaast jonge tekstschrijvers begeleiden. Daarmee krijgt zijn jarenlange vakkennis op een andere manier betekenis. Zijn belangrijkste les? Blijf nieuwe dingen proberen. Een jaar geleden wist hij niet dat gespreksleider zijn bij hem paste. Nu doet hij het met veel plezier.
Vooruitkijken voordat het zover is
Ook Henk is al vóór zijn pensioen bewust bezig met de vraag wat hij daarna wil. Hij werkt nog fulltime als adviseur informele zorg en is daarnaast actief als vrijwilliger. Hij verwacht na zijn pensioen betrokken te blijven, maar merkt nu al dat zijn voorkeur verandert.
Hij heeft in zijn werk en vrijwilligerswerk veel vergaderd en bestuurlijke rollen vervuld. Straks wil hij juist meer dóén. Direct contact met mensen, praktisch iets betekenen en zijn kennis over zorg en dementie inzetten voor anderen.
Daarmee raakt hij aan een belangrijke vraag voor deze overgangsfase: niet alleen wat kan ik?, maar ook waar krijg ik op dit moment in mijn leven energie van?
Het antwoord daarop hoeft niet hetzelfde te zijn als tien of twintig jaar geleden. Misschien wil iemand minder verantwoordelijkheid en meer praktisch bezig zijn. Misschien juist kennis overdragen. Een taal leren. Zorgen voor een familielid. Een buurtinitiatief beginnen. Of eindelijk iets uitproberen waarvoor eerder geen tijd was.
Henk adviseert daarom om al vóór het pensioen te kijken naar interesses en mogelijkheden. Niet alles hoeft vooraf vast te liggen. Juist door nieuwsgierig te blijven en dingen uit te proberen, kan iets nieuws ontstaan.
En soms wil je gewoon blijven werken
Dat geldt bijvoorbeeld voor Anne. Zij werkt nog volop als projectmanager en daarnaast als freelancer in een theater. Lange tijd was ze nauwelijks met haar pensioen bezig. Nu haar AOW-leeftijd dichterbij komt, begint ze na te denken over wat ze daarna wil.
Eén ding weet ze al: ze wil graag nog een tijd betaald blijven werken. Werk geeft haar plezier, structuur en de mogelijkheid haar kennis en ervaring te gebruiken. Maar de voorwaarden worden belangrijker. Zelf kunnen bepalen hoeveel uren ze werkt en regie houden over haar tijd wegen zwaar. Daarnaast wil ze meer vrijwilligerswerk gaan doen en een nieuwe taal leren.
Voor haar betekent deze overgangsfase dus niet afbouwen, maar opnieuw organiseren. Ze weet ook dat ze daarvoor in gesprek moet met haar werkgever, omdat haar huidige dienstverband bij de AOW-leeftijd eindigt. Het nadenken over later heeft daardoor nu al concrete gevolgen.
Sociaal pensioen gaat over keuzes kunnen maken
Vier mensen, vier verschillende routes. Sjoerd bouwt bewust af en geniet van zijn vrijheid. Hans blijft werken en ontdekt daarnaast een nieuwe maatschappelijke rol. Henk kijkt vooruit naar een leven waarin hij minder wil vergaderen en meer direct iets voor anderen wil betekenen. Anne wil juist blijven werken, maar met meer regie over haar tijd.
Dat is precies waarom het belangrijk is om de periode rond pensioen niet als een vast omslagpunt te zien. Er is geen standaardroute.
Sociaal Pensioen gaat daarom niet over de boodschap dat iedereen na zijn pensioen vrijwilligerswerk zou moeten gaan doen. Ook niet over mensen zo lang mogelijk aan het werk houden. Het gaat om iets anders: mensen de ruimte geven om bewust na te denken over de vraag hoe zij deze volgende fase van hun leven willen vormgeven.
Dat kan betaald werk zijn, vrijwilligerswerk, mantelzorg, mentorschap, bestuurswerk of actief zijn in de buurt. Maar het kan net zo goed betekenen dat iemand meer tijd wil besteden aan familie, hobby’s of persoonlijke ontwikkeling. Niet iedereen wil of kan actief blijven en dat hoeft ook niet. De essentie is dat mensen die wél iets willen, mogelijkheden krijgen om te ontdekken wat bij hen past.
Begin het gesprek eerder
Daar ligt niet alleen een verantwoordelijkheid voor 60-plussers zelf. Ook werkgevers kunnen veel eerder het gesprek aangaan. Niet alleen over de financiële kant van pensioen of over de datum waarop iemand vertrekt, maar over vragen als: wat wil je de komende jaren nog doen? Welke kennis wil je overdragen? Wil je minder werken? Zijn er andere rollen die bij je passen? En heb je ideeën over wat je na je werkzame leven zou willen doen?
Ook gemeenten en maatschappelijke organisaties kunnen helpen door zichtbaar te maken waar kennis, ervaring en talent welkom zijn. Als werkgevers, gemeenten en maatschappelijke organisaties beter met elkaar samenwerken, wordt de stap naar nieuwe rollen kleiner en minder afhankelijk van toevallige ontmoetingen of het eigen netwerk.
Dat wordt steeds belangrijker. Niet alleen omdat Nederland vergrijst, maar ook omdat er grote behoefte is aan mensen die zich inzetten voor anderen, kennis overdragen, mantelzorg geven, verenigingen draaiende houden of actief zijn in hun buurt. Die maatschappelijke bijdrage is minstens zo waardevol als langer betaald doorwerken.
Misschien moeten we daarom anders naar pensioen kijken. Niet als een eindpunt waarop het werkzame leven ophoudt en iets totaal nieuws begint, maar als een overgang die jaren kan duren.
Dit kan een periode zijn van onderzoek: wat neem ik mee, wat laat ik achter en waar wil ik ruimte voor maken? De verhalen van Anne, Henk, Hans en Sjoerd laten zien dat er niet meteen een antwoord hoeft te komen. Maar het helpt wel om de vraag op tijd te stellen.
Wil je nog meer verhalen van 60-plussers lezen? Klik hier!